
Interlanguage
Welkom
Een manier waarop de leerlingen actief aan hun taalgebruik werken en aan de hand van zelfreflectie hun taalgebruik verbeteren.







Inhoudstafel
- Hoe werkt het?
- Wat moet je doen?
- Voorbeeld van een oefening
- Differentiatietips
Hoe werkt het?
Bij interlanguage, ook wel code switching genoemd, gaan de leerlingen niet enkel het Engels, maar ook de eigen taal inzetten tijdens spreekoefeningen. Zo wordt de flow van de conversatie niet doorbroken en kan er over meer gepraat worden. Het is natuurlijk niet te bedoeling dat dit de hele tijd gedaan wordt. De eigen taal af en toe gebruiken zorgt ervoor dat de leerlingen meer zelfvertrouwen krijgen om Engels te spreken. Op termijn zullen ze ook vlotter Engels kunnen spreken. Interlanguage is dus eigenlijk een taaltje dat voor 90% bestaat uit het Engels, en voor 10% uit de eigen taal.
Het doel van deze werkvorm is de eigen taal inzetten, maar tegelijk het aandeel daarvan op een bewuste manier te verkleinen. De leerlingen kunnen bijvoorbeeld een spreekoefening waarbij ze de eigen taal inzetten opnemen. Daarna beluisteren ze de opname, kijken ze hoeveel keer ze de eigen taal hebben ingezet, formuleren ze verbeterstapjes voor zichzelf en doen de opdracht opnieuw, zodat ze een lagere code switching-score halen. In het beste geval staat die score aan het einde van de opdracht op '0'.
Bij deze werkvorm wordt er samengewerkt, oefenen de leerlingen hun spreekvaardigheid, wordt hun woordenschat uitgebreid en leren ze bewust te worden van het eigen taalleerproces.
.

Wat moet je doen?
- Laat de leerlingen een korte spreekoefening doen in duo's. Deze oefening kan elke niet te moeilijke spreekopdracht zijn, zoals bijvoorbeeld een interview, een korte presentatie, een dialoog, etc.
Voor de leerlingen de oefening doen, geef je ze wat uitleg over code switching. Je vertelt hen dus dat ze moeten proberen om de Engelse taal zo veel mogelijk in te zetten, maar dat ze als ze tegen een moeilijk woord aanlopen even hun eigen taal mogen gebruiken. Maak duidelijk dat het niet erg is als dit vaker gebeurt, aangezien het de bedoeling is dat ze goed kunnen doorpraten zonder haperen. Zeg ten slotte dat de leerlingen uit deze werkwijze veel taal kunnen leren en dat ze de oefening moeten opnemen met hun smartphones.
- Laat de leerlingen samen het opgenomen fragment beluisteren.
Eerst tellen ze de code switching-momenten. Dat is dan de startscore. Vervolgens moeten ze hun eigen taal zoveel mogelijk vervangen door het Engels. Hierbij mogen ze hulp vragen aan de leerkracht, het internet gebruiken, woordenboeken raadplegen, etc. De bedoeling is dat de leerlingen op het einde van de rit dezelfde boodschap kunnen overbrengen met minder eigen taal en meer Engels.
- Laat de leerlingen de spreektaak nog eens uitvoeren.
De leerlingen mogen code switching opnieuw inzetten en de oefening wordt terug opgenomen. Naar verwachting zal er nu al meer doeltaal gebruikt worden. Ze beluisteren het opgenomen fragment, noteren een tweede code switch-score en vervangen de woorden in de eigen taal opnieuw door het Engels.
- Je kan dit meerdere malen herhalen.
Als de opdracht niet te moeilijk is, zullen de leerlingen de spreekoefening uiteindelijk kunnen uitvoeren met enkel het Engels, zodat hun code switching-score op 0 komt te staan.
Deze werkwijze zorgt ervoor dat leerlingen oplossingen vinden voor hun talige onvolledigheden. Vervolgens kunnen ze de oplossingen inoefenen, en door de oefening meerdere keren te herhalen zal ook de al aanwezige taalkennis verbeteren. De leerlingen krijgen inzicht in hun taalgebruik/taalvaardigheid en krijgen een gevoel van autonomie, aangezien ze zelf zichtbare stappen zetten om verder te komen in hun vaardigheid. De combinatie van inzicht en autonomie werkt ook motiverend. Nog iets wat de motivatie verhoogt, is de leerkracht die regelmatig informeert naar de scores, eventuele moeilijkheden, vooruitgang en plezier. Ook het zelfvertrouwen van de leerlingen zal verhogen, aangezien ze veel kunnen oefenen. Dit zal uiteindelijk ook een positief effect hebben op toekomstige spreekopdrachten en klassikaal doeltaalgebruik.
Voorbeeld van een spreekoefening
Dit is een voorbeeld van een spreekoefening die je kan doen om deze werkvorm toe te passen. In het midden vind je het voorbeeld dat wordt aangehaald in de opdracht. Daarnaast vind je een rubric die je kan gebruiken zodat de leerlingen kunnen reflecteren over de opdracht.
Differentiatietips
- Vertaal het werkblad voor de zwakkere leerlingen.
- Zorg voor een woordenlijst over het onderwerp van de oefening.
- Geef verschillende spreekoefeningen op niveau met bijvoorbeeld makkelijkere/moeilijkere woordenschat.
- Werk in heterogene groepen, zodat de leerlingen elkaar kunnen helpen.
- Verander het rubric blaadje om op heterogene niveaus te werken.


